Het Belgische bedrijf Haemers Technologies gaat in Vietnam de chemische littekens van de oorlog opruimen. “De oorlog is al sinds 1975 beëindigd, maar nog altijd lopen daar 3 miljoen slachtoffers rond”, zegt CEO Jan Haemers.
“Onze ambitie is om de wereld proper te maken”, zegt CEO Jan Haemers onomwonden. Zijn bedrijf Haemers Technologies ontwikkelt procédés om de bodem te zuiveren van vervuilende stoffen zonder venijnig restafval. Met succes, hij kon samen met zijn partners van het investeringsfonds Aquitara Impact Fund de Vietnamese overheid overtuigen om de gevolgen van het beruchte Amerikaanse chemische wapen Agent Orange te lijf te gaan.
“De Vietnamoorlog is al sinds 1975 afgelopen, maar de gevolgen zijn nog altijd voelbaar”,
vertelt hij. “De Amerikanen hebben drie miljoen hectare besproeid met het
ontbladeringsmiddel Agent Orange, eigenlijk een product op basis van dioxine. Het is heel
giftig en het is niet bio-afbreekbaar. Het zit nog altijd in de bodem. Nog elk jaar worden
kinderen geboren met misvormingen of kankers.”
Hoe is de Vietnamese overheid bij u terechtgekomen?
“Vijf jaar geleden had het Vietnamese ministerie van Defensie lucht gekregen van onze successen tegen PFAS in Denemarken. Of we het ook niet eens tegen Agent Orange konden proberen. We hebben in het zuiden van het land een pilootproject gedaan en dat is schitterend gelukt. De dioxinemolecule was volledig verdwenen, we hebben er weer landbouwgrond van gemaakt. Maar de volgende stap was moeilijk. De Verenigde Staten deden moeilijk.”
Wat was het probleem?
“Ze wilden hun schuld aan het probleem in geen geval erkennen, maar ze betaalden wel voor de sanering via hun ontwikkelingsagentschap USAID. We hebben getenderd voor de opdracht, maar het lag daar heel moeilijk dat wij geen Amerikaans bedrijf zijn. Het is pas toen Amerikaans president Donald Trump de stekker uit USAID trok, dat er weer van alles mogelijk werd.”
" De Vietnamoorlog is al sinds 1975 afgelopen, maar de gevolgen zijn nog altijd voelbaar "
![]()
Kan de Vietnamese overheid dat wel zelf allemaal betalen dan?
“Onze partner Franc Bogovic van Aquitara Impact Fund heeft een andere cnanciering opgezet. Hij heeft 100 miljoen euro opgehaald en nog eens 200 miljoen euro geleend om aan de sanering van 150 hectare te kunnen beginnen. Voor elke euro voor de sanering, stelt Vietnam grondrechten ter beschikking voor interessante plekken om er ecoparks of industrieterreinen te zetten. Na de ontwikkeling worden die verkocht, de winst gaat voor een deel naar de investeerders en voor een deel naar een fonds voor de slachtoffers. Dit is nog maar een eerste stap. De Amerikanen hebben een gebied besproeid ter grootte van België. Ik schat dat het nog makkelijk twee generaties zal duren voor alles gesaneerd raakt. Het gaat misschien tegen onze aard in, maar ik denk dat we als Belgen oprecht cer mogen zijn op dit project.”
Die dioxines zitten al vijftig jaar in de bodem, hoe krijgen jullie die eruit?
“Het is makkelijker om uit te leggen hoe we het aanpakken dan om het effectief te doen. Met een systeem van buizen en branders verwarmen we de grond tot 300 graden celsius om de dioxine af te breken. De dampen die vrijkomen worden afgezogen door de buizen, die verbranden we dan op 1.200 graden celsius verbrand met dezelfde branders. Op die manier vernietigen we de dioxinemolecule volledig. Er blijft geen enkele giftige afvalstof over en de grond is weer proper genoeg voor landbouw. Vandaar het enthousiasme van de Vietnamezen. Ik hoop dat we eindelijk aan het begin van het einde zitten van die vreselijke situatie.”
" Ja, wij pakken het helemaal anders aan dan de Amerikanen. Typisch Belgisch kun je zeggen "
![]()
Over hoeveel slachtoffers spreken we vandaag?
“Oecieel drie miljoen mensen, maar ik vermoed dat het er meer zijn. Vietnam zweeg lange tijd over de gevolgen voor de bevolking. Ik denk ook dat arme families met een zekere schaamte zitten door de problemen. Als ik in Vietnam ben, dan kan ik gewoon niet naast die miserie kijken. Dat laat niemand onberoerd. Ik ben vorig jaar met de koning en de koningin op missie geweest in Vietnam. Zij hebben lang met de bevolking gesproken, je zag echt dat ze tranen in hun ogen kregen van die verhalen.”
Zullen jullie ook de lokale bevolking tewerkstellen?
“Ja, wij pakken het helemaal anders aan dan de Amerikanen. Typisch Belgisch kun je
zeggen. Wij zijn een relatief klein bedrijf met zeventig medewerkers. Zeventig procent van
het werk in Vietnam zal door Vietnamezen gebeuren. En zo krijgen zij ook een deel van de
toegevoegde waarde.”
U heeft het zelf al over PFAS gehad. In eigen land duikt elke week wel een nieuw verhaal over PFAS op. Dichter bij huis wacht u ook nog een werf van een paar generaties?
“Inderdaad, op nagenoeg dezelfde manier kunnen we ook de bodem reinigen van PFAS, het moet enkel op hogere temperaturen gebeuren. Wij hebben de enige technologie die bewezen werkt voor bodemverontreiniging. Andere bedrijven leggen zich vooral op water toe. Weet je, in België pakken we PFAS-vervuiling nog altijd aan als in de jaren 80 en 90. Vervuilde grond wordt opgegraven en ergens anders gestort. Dat kan gewoon beter.”